Actieplan interculturaliseren van, voor en door cultuur, jeugdwerk en sport
Op 20 februari 2006 presenteerde Bert Anciaux, Vlaams minister van cultuur, jeugdwerk, sport en Brussel het Actieplan Interculturalisering. Dit actieplan is het resultaat van de samenwerking tussen de particuliere sector en de overheid en kwam tot stand na een intensieve samenspraak.
Waarom een actieplan?
De aandacht voor interculturaliteit past geheel in de context van de participatiegedachte. Het cultuur-, jeugd- en sportbeleid beoogt inderdaad de zo breed en intensief mogelijke participatie van zoveel mogelijk mensen, zowel in de betekenis van ‘deelnemen’ als van ‘deel hebben’. Bij de analyse van de participatie aan cultuur, jeugdwerk en sport zijn er wetenschappelijke en praktijkvaststellingen. Beide wijzen uit dat bepaalde groepen (categorieën) niet vanzelfsprekend hun weg vinden naar het aanbod (deelnemen en deel hebben). Op die ‘weg naar’ worden zij geconfronteerd met drempels. Sommige groepen zijn duidelijk te omschrijven: personen met een handicap, personen die in armoede leven, personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond, personen met een relatief lage opleiding enz. Zij participeren opvallend minder. Voor hen zijn de drempels hoger dan voor anderen, of de drempels zijn er zelfs alleen voor hen. Het overheidsbeleid voor cultuur, jeugdwerk en sport wil deze drempels wegwerken.
Praktijkvaststelling:
De participatie van specifieke etnisch-culturele groepen aan het gesubsidieerde cultuuraanbod is geheel uit balans. Ze zijn veel minder vertegenwoordigd dan men kan verwachten in verhouding tot hun aanwezigheid in de Vlaamse bevolking. Deze 'underscore' geldt voor:
- het bereikte publiek (participatie)
- de aard van het aanbod (programmatie)
- aanwezigheid in bestuursorganen, personeel en vrijwilligerswerking (personeel)
- de aangegane samenwerkingsverbanden
Sociaal-economische (inkomen, opleidingsniveau) drempels vormen de belangrijkste oorzaak van het minder of niet participeren van mensen aan het cultuuraanbod. Dit actieplan is echter NIET op sociaal-economische drempels gericht. De etnisch-culturele factor wordt beschouwd als een specifieke determinant voor participatie. Het aanbod is niet herkenbaar voor mensen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond en daarom zijn ze niet geneigd om te participeren, noch als publiek, noch als deelnemer.
Hoe kwam het tot stand?
Het Vlaams actieplan Interculturalisering van, voor en door de sectoren cultuur, jeugdwerk en sport kwam tot stand na een traject (voorjaar 2005 – voorjaar 2006) waarin de betrokken sectoren en actoren elkaars visie, positie en concrete acties verkenden, bevroegen en versterkten. De overheid (minister en administratie), de steunpunten en een aantal intermediaire organisaties, sectoren en subsectoren van het beleidsdomein Cultuur, Jeugdwerk en Sport hebben elkaar daarin gevonden. De intensieve discussies en de dialoog mondden uit in een gezamenlijk project. Daarin positioneerde en engageerde elke partner zich op een eigen wijze.
Het kabinet van de minister, de administraties, het Bloso, de steunpunten en een aantal intermediaire organisaties schreven zich op 24 februari 2005 in een traject ‘etnisch-culturele diversiteit’ in met als doel tegen het najaar 2005 aanbevelingen en acties m.b.t. etnisch-culturele diversiteit te formuleren voor het beleid en voor de praktijk. Een aantal organisaties engageerden zich om het traject mee in goede banen te leiden en maakten deel uit van de transversale werkgroep. Het traject startte met een stand van zaken. De betrokken actoren inventariseerden de aandacht voor interculturaliteit in hun sector. Aan het eind van het traject formuleerden ze aanbevelingen en acties voor het beleid en de praktijk. De intensiteit van de discussies en de soms turbulente ontmoeting van standpunten, meningen en praktijkervaringen vormden een unieke basis voor wederzijdse leerprocessen en verruimden de blik. De actoren kregen de kans om ongegeneerd inspiratie te putten uit elkaars zoeken en uit de resultaten hiervan.
Naast het actieplan werd tevens een zelfscan interculturaliteit ontwikkeld. Een eerste toepassing van het instrument door de cultuur, jeugdwerk en sportsector vond plaats in 2006 en de onderzoeksresultaten werden gepresenteerd op 25 juni.
Doelstellingen van het actieplan
- Organisaties stimuleren om interculturalisering als uitgangspunt te nemen in hun beleid en praktijkwerking. Dit betekent dat je als organisatie permanent en gelijktijdig nadenkt en handelt om de interculturele ontmoeting te bevorderen, zowel in het personeels- en vrijwilligersbeleid als binnen de bestuursorganen en in het samenspel en de afstemming tussen het aanbod en het publiek of de deelnemers.
- Organisaties en besturen stimuleren en ondersteunen om een globale visie op en kennis over interculturaliteit op te bouwen als noodzakelijke competentie om interculturaliseringsprocessen op te starten.
- Cultuuruitingen van etnisch-culturele groepen meer zichtbaar maken in het gesubsidieerde cultuur-, jeugdwerk- en sportlandschap, met het oog op een bredere participatie van mensen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond.
- Het personeelsbestand binnen de cultuur-, jeugdwerk- en sportsector meer etnisch-cultureel divers maken en de interculturele competentie van al het personeel bevorderen.
- Het profiel van leden van bestuursorganen van verenigingen en instellingen in de cultuur-, jeugdwerk- en sportsector meer etnisch-cultureel divers maken.
- Opstarten en voortzetten van trajecten waarbij personen uit etnisch-cultureel diverse groepen die over de passende kwaliteiten en competenties beschikken, een opleiding krijgen als toekomstig bestuurder.
- Organisaties stimuleren om in hun vrijwilligersbeleid rekening te houden met etnisch-culturele groepen. Initiatieven van individuen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond moeten voldoende worden ondersteund.
Wat zijn de concrete beleidsmaatregelen?
Er wordt een 2-sporenbeleid gevoerd.
Als eerste spoor wil de minister aandacht voor interculturaliteit structureel verankeren. De volgende concrete maatregelen worden gepland:
- In alle decreten zal de notie ‘interculturaliteit’ als beoordelingscriterium worden opgenomen. Dit betekent dat alle structureel gesubsidieerde organisaties in hun beleidsplannen en eventuele beheersovereenkomsten zullen moeten aangeven hoe ze zich willen verhouden tot interculturaliteit.
- De overheid zal tegen juni 2008 haar adviesraden, advies- en beoordelingscommissies samenstellen met 10% personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond.
- Van een aantal particuliere instellingen die door de overheid zijn opgericht of dicht bij de overheid staan (o.a. steunpunten, grote cultuurhuizen, fondsen, landelijke koepels voor amateurkunsten en enkele specifieke organisaties waarop het Cultuurpact van toepassing is) wordt verwacht dat hun raden van bestuur tegen juni 2008 zijn samengesteld uit minstens 10% personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond én dat ze inspanningen leveren voor de aanwerving van personen met een etnisch-culturele achtergrond op stafniveau en/of middenkaderniveau eveneens tegen juni 2008.
- De Vlaamse Gemeenschapscommissie en de provinciale en de lokale besturen worden uitgenodigd hun adviesraden, bestuursorganen en personeel etnisch-cultureel divers samen te stellen in verhouding tot de bevolking in hun werkingsgebied. Van de Volkshogescholen wordt dit verwacht voor wat hun raden van bestuur en personeelsbestand betreft.
Als tweede spoor wil de minister een flankerend beleid voeren dat ruimte creëert voor begeleiding, experiment en ondersteuning. Maatregelen zijn:
- 10% van de bestaande middelen voor projectsubsidies (binnen en buiten de decreten), met een jaarlijkse waarde van bijna 2 miljoen euro, wordt gereserveerd voor projecten waarin interculturaliteit centraal staat én voor projecten die worden ingediend door personen of groepen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond.
- Tegen 2009 zal een extra budget van 2 miljoen euro worden voorzien om interculturalisering te ondersteunen. Projecten met een focus op originaliteit, kracht, vernieuwing en voorbeeldfunctie krijgen de voorkeur.
- In het departement Cultuur, Jeugd en Sport zal een kennisknooppunt worden opgericht dat interculturele ervaringen inventariseert, duidt en ontsluit.
- De adviesraden, beoordelingscommissies en de administratie zullen worden gecoacht om in staat te zijn interculturaliteit vanuit een gedeeld referentiekader te interpreteren en beoordelen.
- Er is reeds een onderzoek lopende om de effecten van dit actieplan te meten en te duiden.
- Het Antenaproject zal worden gehandhaafd en uitgebreid met o.a. het sociaal-sultureel volwassenenwerk, jeugdwerk en erfgoed.
- De Vlaamse Gemeenschap zal zich engageren tot deelname aan de Europese diversiteitscampagne ‘All different, all equal’.
- Het Expertisecentrum Islam in Vlaanderen zal een onderzoeksopdracht krijgen over de nood van moslims en niet-moslims.




