ABC Interculturaliseren 

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - OP - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z 

In de lijst hieronder vind je woorden die vaak voorkomen in het debat over de interculturele samenleving. We hebben hier de meest relevante en vaakst voorkomende begrippen opgenomen. Dit Abc is gebaseerd op:

  • Woordenboek “wat bedoelen we eigenlijk” termen en begrippen in de Nederlandse taal over de multiculturele samenleving, 2005, Rotterdam: Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie
  • Snelwegen of Wegblokkades: woordgebruik in het Migrantendebat, 1999, Gent: Provinciaal centrum voor interculturele vorming

Is er nog een woord dat je hier niet terug vindt? Aarzel niet om het ons te laten weten! 

------------------------------------------------------------------------

Allochtoon

Allochtoon is een term die opgang maakte om emotioneel beladen termen als “vreemdeling” of “gastarbeider” in het taalgebruik te vermijden. Een vreemdeling bijvoorbeeld is niet alleen iemand die van elders komt maar ook iemand die “vreemd” of “raar” is. Het woord heeft een negatieve emotionele lading. Toch is er een verschil tussen de termen “vreemdeling” en “allochtoon”: een vreemdeling is iemand die niet de Belgische nationaliteit bezit, maar een allochtoon verwijst naar iedereen van niet-Belgische herkomst die in België verblijft, dus ook diegene met de Belgische nationaliteit. Een probleem met het begrip allochtoon is dat het niet duidelijk is hoe lang iemand allochtoon blijft. Kinderen van wie de grootouders naar hier migreerden, die hier geboren zijn en de Belgische nationaliteit hebben worden nog altijd aangeduid als allochtoon.
Tegenwoordig spreekt men ook van etnisch-culturele minderheden maar dit woord komt weinig voor in het dagelijkse taalgebruik. Meestal gebruikt men “allochtoon”.
Niet iedereen begrijpt hetzelfde onder deze termen. Dat komt omdat er verschillende criteria door elkaar gebruikt worden. Er circuleren uiteenlopende criteria om iemand allochtoon te noemen of tot de etnisch-culturele minderheden te rekenen.
Die criteria zijn:

  • immigratie naar België
  • migratieverleden van ouders of grootouders of overgrootouders
  • nationaliteit
  • geboorteplaats
  • juridisch verblijfsstatuut (bijvoorbeeld asielzoeker, vluchteling, gezinshereniging, regularisatie, …)
  • taal
  • vreemd klinkende naam
  • huidskleur
  • godsdienst of levensbeschouwing
  • culturele eigenheid

In verschillende beleidskaders worden verschillende definities gebruikt.
Definitie uit het actieplan van en door Cultuur, Jeugdwerk en Sport:
Personen die al geruime tijd in Vlaanderen wonen en door de migratiegeschiedenis van henzelf of van hun (groot)ouders affiniteit hebben met méér dan één cultuur, waarvan één niet met West-Europa geassocieerd wordt.
Met West-Europa worden de volgende Europese landen bedoeld:
Benelux, Groot-Brittannië, Ierland, Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Oostenrijk, Zwitserland

Definitie van Vlaamse Gemeenschap (de Vesoc-definitie):
Persoon met een nationaliteit van een land buiten de Europese Unie (EU15) of persoon van wie minstens één ouder of twee grootouders een nationaliteit hebben van een land buiten de Europese Unie (EU15).
Met EU15 worden de volgende Europese landen bedoeld: België, Oostenrijk, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje, Zweden, Groot-Brittannië

Zowat alle begrippen in het integratiedebat liggen gevoelig. Wat voor de ene een neutraal begrip is, werkt bij de ander als een rode lap op een stier. Het begrippenkader wijzigt voortdurend.

Ook de begrippen ‘etnisch-culturele minderheden’ en ‘allochtonen’ liggen soms onder vuur. Waarom?

  • Omdat ze onduidelijk zijn. Er zijn geen sluitende definities.
  • Omdat ze mensen in hokjes opdelen, terwijl het gaat over een zeer diverse groep.
  • Omdat ze stereotype beelden oproepen. Vaak beelden met een negatieve connotatie.
  • Omdat ze de samenleving opdelen in twee groepen: wij en zij. Die tweedeling zorgt voor polarisering. De ene groep staat tegenover de andere. Dat kan leiden tot onbegrip en uitsluiting.

Asielzoeker

Een asielzoeker is niet hetzelfde als een vluchteling. De UNHCR, de United Nations High Commissioner for Refugees, verstaat onder een vluchteling iemand die buiten zijn land verblijft en niet kan terugkeren wegens een gegronde angst voor vervolging op grond van ras, religie, nationaliteit, politieke opinies of lidmaatschap van een bepaalde sociale groep, of iemand die gevlucht is voor een oorlog of burgeroorlog.
Een asielzoeker is volgens de UNHCR iemand die zijn land is ontvlucht en asiel aanvraagt in een ander land, dit wil zeggen dat hij erkend wil worden als vluchteling met de wettelijke bescherming en materiële hulp die deze status met zich meebrengt. Niet alle asielzoekers zijn dus vluchtelingen: iemand die om economische redenen zijn land verlaat en ergens asiel aanvraagt, is geen vluchteling maar een migrant volgens de UNHCR-definitie.

Assimilatie

In het kader van de immigratie betekent assimilatie een proces waarbij een individu of een groep die geïmmigreerd is volledig opgaat in het sociale en culturele kader van de gastmaatschappij. Assimilatie veronderstelt dus dat men afziet van de culturele bagage van het land van herkomst en dat men de cultuur van het gastland volledig overneemt.
Assimilatie kan ook een beleidsinstrument zijn. Zij kan de grondslag vormen van politieke analyses en rechtsregels die cohesie en nationale eenheid nastreven.
Assimilatie is dus een individueel en/of groepsproces. Het kan lokaal of nationaal zijn, en verschilt naargelang de tijdsgeest. De socialisatiehefbomen spelen een belangrijke rol, zoals onderwijs, verenigingsleven of wijkwerking, gemeentelijk beleid, enz …
De vraag om echte assimilatie wordt tegenwoordig nog weinig gehoord. Vroegere ervaringen met één of andere vorm van assimilatiepolitiek, zoals in de Verenigde Staten bijvoorbeeld, hebben immers nooit positieve resultaten geboekt. Volledige assimilatie is een bijna onmogelijk te realiseren proces. Men kan zich de vraag stellen waaraan men zich moet assimileren, elke cultuur en elke maatschappelijke groep vertoont immers ook intern grote verschillen. Assimilatie wordt vaak tegenover integratie geplaatst (zie verder).

Autochtoon

Een “autochtoon” is iemand die in een land of streek geboren en opgegroeid is en wiens familie er al verschillende generaties woont. Maar mensen met een andere huiskleur of een vreemd klinkende naam die aan bovenstaande voorwaarden voldoen worden toch als allochtoon aangeduid. Het is niet duidelijk wanneer iemand de overgang van allochtoon naar autochtoon maakt. 

Top van de pagina

Beeldvorming

Beeldvorming is het ontstaan van opvattingen over personen, dingen, feiten, enz. We beoordelen mensen in eerst instantie op de indruk die of het beeld dat ze bij ons oproepen. Dit proces heet beeldvorming. Beeldvorming is tegelijk het product van dit proces. Een oordeel is meestal ergens op gebaseerd, maar soms oordelen we zonder de feiten goed te kennen, dit is een vooroordeel. We spreken van negatieve beeldvorming wanneer we andere mensen op grond van eerste indrukken, uiterlijke kenmerken, verbale en non-verbale uitingen een negatieve waarde toekennen. Dit kan resulteren gedragingen zoals iemand vermijden of zelfs gaan discrimineren.

Top van de pagina

Categoriaal beleid

Een categoriaal beleid is een beleid dat zich richt op een specifieke doelgroep (allochtonen, mensen met een handicap, ouderen,…), het wordt ook wel een doelgroepenbeleid genoemd. Er worden specifieke maatregelen getroffen die de situatie van een bepaalde groep mensen moet verbeteren of ondersteunen. Een categoriaal beleid wordt vaak tegenover een inclusief beleid geplaatst (zie verder).

Cultuur

Cultuur in de brede zin is alles wat door een samenleving wordt voortgebracht. In de enge zin wordt het woord gebruikt voor kunstuitingen inclusief wetenschap en architectuur en dergelijke. In de brede zin omvat cultuur de gewoonten, leer –en leefvormen, smaken en overtuigingen van een volk of groep samen. Cultuur staat niet los van menselijk gedrag maar het is niet bepalend voor dit gedrag. Belangrijk is dat cultuur geen onveranderlijke erfenis is waar je mee rondloopt, maar dat het ook gevormd wordt door de keuzes die we maken. Mensen zitten niet gevangen in hun cultuur, hun gedrag wordt niet gestuurd door van bovenaf bepaalde culturele waarden en normen. Cultuur wordt door menselijk gedrag voortdurend gevormd en gereproduceerd. Hierbij is het evengoed mogelijk dat culturen van elkaar weg evolueren als dat ze naar elkaar toegroeien en er culturele vermengen ontstaat. Er zijn verschillende culturen, denk maar aan het verschil tussen stad en platteland. Er zijn ook sociale culturen afhankelijk van sociale klasse, leeftijd, sekse, godsdienst, politieke voorkeur, enz. Als we over cultuurverschillen spreken hebben we het over die zaken die helemaal niet of zelden in onze eigen cultuur voorkomen. Het politieke gebruik van het begrip cultuur (onze cultuur en die van de ander) kan potentieel gevaarlijk zijn en tot discriminatie leiden: mijn cultuur is beter dan die van de ander. Dit vinden we terug in uitdrukking zoals: culturele kloof, minderheids- en meerderheidscultuur, hoge en lage cultuur, dominante cultuur, enz.

Top van de pagina

Discriminatie

Discriminatie is een willekeurig verschil in behandeling die niet gerechtvaardigd kan worden, jegens een persoon of een groep, op grond van een van de (vermeende) kenmerken van die groep. Het vormt een inbreuk op het fundamentele recht op gelijke behandeling. Met andere woorden: het is het ongelijk behandelen van mensen op basis van kenmerken die er niet toe doen. De kenmerken waarop mensen gediscrimineerd worden betreffen vaak de afkomst, huidskleur, sekse, godsdienst, handicap, seksuele geaardheid, klasse. Allemaal kenmerken die niets zeggen over de capaciteiten van mensen.

Er zijn twee soorten discriminatie: de directe en de indirecte discriminatie.

  • Directe discriminatie
    Er is sprake van directe discriminatie als iemand op grond van ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap of seksuele geaardheid in een vergelijkbare situatie slechter behandeld wordt dan een ander.
    Een voorbeeld van directe discriminatie is een personeelsadvertentie waarin staat dat mensen met een handicap niet in aanmerking komen.
  • Indirecte discriminatie
    In het alledaagse leven vindt discriminatie op een subtielere wijze plaats. Daarom wordt in de wetgeving ook aandacht besteed aan indirecte discriminatie. Er is sprake van indirecte discriminatie als een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelswijze mensen van een bepaald ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid benadeelt, tenzij die bepaling, maatstaf of handelswijze objectief door een legitiem doel te rechtvaardigen is.
    Een voorbeeld van indirecte discriminatie is de eis dat alle sollicitanten voor een bepaalde functie een test in een bepaalde taal moeten afleggen terwijl de taal in kwestie niet noodzakelijk is voor de functie. Door deze test worden mensen met een andere moedertaal uitgesloten.

Diversiteit

Onder diversiteit verstaan we alle aspecten waarop mensen van elkaar verschillen. Mensen zijn niet te beschrijven op basis van slechts één enkel kenmerk. Elke persoon heeft verschillende kenmerken waarop hij aangesproken wordt.
In de verschillen tussen mensen zijn zichtbare kenmerken van belang, zoals geslacht, leeftijd en etniciteit, maar ook minder zichtbare kenmerken zoals wensen en behoeften, seksuele voorkeur, werkstijlen en karaktereigenschappen. De zichtbare kenmerken hebben altijd wel invloed op hoe anderen ons zien, ze zijn immers nauwelijks te verbergen. Voor de onzichtbare kenmerken ligt dit anders. Deze hebben veel invloed op hoe we ons gedragen, maar het is voor anderen niet altijd duidelijk hoe dit komt. Veel organisaties houden in hun beleid rekening met verschillen tussen mensen: ze hebben bijvoorbeeld een beleid dat rekening houdt met vrouwen, ouderen, allochtonen, mensen met een handicap, enz.. Een dergelijk beleid noemen we een doelgroepenbeleid: men heeft aandacht voor één specifiek kenmerk waarop een groep mensen verschilt van de anderen. Een diversiteitsbeleid gaat nog een stapje verder. Het uitgangspunt is dat er ook binnen groepen verschillen bestaan, ieder mens is immers uniek. Een diversiteitsbeleid richt zich op iedereen, rekening houdend met al hun verschillen én overeenkomsten.

Diversiteitsmanagement

Besturen van een organisatie, instelling of bedrijf, rekening houdend met de diversiteit van de mensen binnen de organisatie en in de samenleving. Het gaat dan niet alleen om etnisch-culturele diversiteit, maar diversiteit op alle vlakken: geslacht, afkomst, handicap, opleidingsniveau, seksuele geaardheid,... Men neemt de individuele competenties van mensen als uitgangspunt. Ieder krijgt vanuit zijn of haar kwaliteiten en competenties maximale kansen. Het is dus een beleid ten voordele van iedereen, zonder dat er voor elke aparte groep een apart beleid te voeren. Soms ook gebruikt als synoniem voor diversiteitsbeleid.

Doelgroepenbeleid

zie categoriaal beleid

Drempels

Bij de analyse van de participatie van bepaalde groepen aan het maatschappelijke leven wijzen wetenschappelijke en praktijkvaststellingen uit dat zij niet vanzelfsprekend de weg vinden naar het aanbod. Op de weg naar participatie worden zij geconfronteerd met bepaalde drempels die de participatie in de weg staan. Bij de participatie aan cultuur, jeugdwerk en sport zijn twee soorten drempels van belang.
- Sociaal-economische drempels: de vaardigheden om deel te nemen aan het aanbod hangen nauw samen met het opleidingsniveau. Dat, samen met het inkomen, is in onze samenleving nog steeds een bepalende factor voor participatie. Mensen met een laag opleidingsniveau en een laag inkomen participeren over het algemeen minder.
- Sociaal-culturele drempels: een andere culturele achtergrond is eveneens een belangrijke determinant voor participatie. De herkenbaarheid van het aanbod is voor sommige groepen beperkt waardoor zij het aanbod beschouwen als irrelevant en niets voor hen. Dit komt vaak doordat het aanbod te weinig rekening houdt met de specifieke behoeften en interesses van mensen met een andere culturele achtergrond.

Top van de pagina

Emancipatie

Letterlijk betekent emancipatie: “het uit de hand van de meester bevrijden”. Het woord werd voor het eerst gebruikt bij de afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten. Nu wordt het in verband gebracht met het verbeteren van de maatschappelijke positie van bepaalde groepen (vrouwen, holebi’s, etnische minderheden,…). Het gaat zowel over het streven (van de zich emanciperende groep) naar gelijkheid en eerlijke maatschappelijke verhoudingen als het formeel toekennen van gelijke rechten (aan de zich emanciperende groep) door de maatschappij. In België is iedereen formeel voor de wet gelijk, maar de praktijk leert ons dat de strijd tegen onrechtvaardigheden,  onderdrukking, achterstelling, geen toegang hebben tot bepaalde banen en posities, tegen het niet gehoord of gezien worden, nog lang niet gestreden is.

Empowerment

Het versterken van mensen en groepen zodat ze kunnen deelnemen aan de samenleving. Individuen, organisaties en gemeenschappen krijgen greep op hun eigen situatie en hun omgeving. Ze verwerven controle en hun kritische bewustzijn scherpt aan.

Etniciteit

Etniciteit werd lang opgevat als cultuur. Etnische groepen werden gezien in termen van een kenmerkende cultuur die zich zou onderscheiden van andere culturen of etnische groepen. Nu wordt etniciteit meer gezien in termen van situationele interacties waarbij groepsgrenzen worden getrokken. Etniciteit is dus een kwestie van sociale identiteit. Etnische diversiteit is in zowat alle westerse landen de maatschappelijke realiteit. Deze realiteit verplicht de burgers en de overheid er toe na te denken over identiteit. Zo staan mensen uit etnische minderheidsgroepen voor de vraag wat hun etnische identiteit voor hen betekent en hoe zij zich tegenover de meerderheid en de eigen gemeenschap moeten opstellen. De etnische identiteit van de  meerderheidsgroep is meestal evidenter omdat die gekoppeld is aan een dominante maatschappelijke positie. Dit neemt niet weg dat ook voor de dominante groepen de etnische identiteit meer en meer een vraag geworden is.

Etnisch-culturele diversiteit

Wanneer we het over etnisch-culturele diversiteit hebben, praten we over één aspect van diversiteit, namelijk deze op basis van etnische achtergrond.
Het actieplan van en door Cultuur, Jeugdwerk en Sport definieert personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond als volgt:
1. Personen die al geruime tijd in Vlaanderen wonen en door de migratiegeschiedenis van henzelf of van hun (groot)ouders affiniteit hebben met meer dan één cultuur, waarvan één niet met West-Europa geassocieerd wordt.
2. Personen uit niet-West-Europese landen die zich recent vestigden in Vlaanderen, bijvoorbeeld door asiel of gezinshereniging.
Het zijn deze twee groepen die in de context van dit actieplan 'etnisch-cultureel divers’ worden beschouwd. De bevolking van Vlaanderen bestaat voor zo’n 10% uit etnisch cultureel diverse groepen.
Merk op dat deze definitie niet spreekt over ‘nationaliteit’ maar over de ruimere notie ‘affiniteit’. We vermijden ook bewust de term ‘allochtoon’ omdat die teveel connotaties heeft met een positie van achterstelling.

Etnisch-culturele minderheden

Verzamelterm die in het minderhedendecreet van 1998 wordt gebruikt om alle groepen aan te duiden voor wie het beleid bedoeld is: allochtonen, vluchtelingen, woonwagenbewoners en mensen zonder wettig verblijf. Deze verzamelterm omvat een grote verscheidenheid aan groepen en mensen. De vier groepen overlappen elkaar.

Etnocentrisme

Mensen zijn geneigd om hun eigen cultuur als de norm of ‘normaal’ te beschouwen. Dit betekent dat ze andere culturen als minderwaardig gaan beschouwen. Etnocentrisme manifesteert zich vaak in een vijandige of afwijzende houding tegenover andere culturen. Ook de simpele indeling van ‘wij’ tegenover ‘zij’ is een vorm van etnocentrisme.

Extremisme

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 is dit begrip niet meer uit het maatschappelijke leven weg te denken. Extremisten hebben een uitgesproken eenzijdige visie op de maatschappij en schuwen vaak geweld niet om hun visie aan de rest van de maatschappij op te dringen. Extremisten zijn niet hetzelfde als fundamentalisten. Fundamentalisten zijn mensen die op zoek zijn naar de kern, de fundamenten of grondslagen van een religie of overtuiging en die deze zo puur mogelijk proberen te beleven zonder dat ze hun religie of overtuiging aan anderen willen opleggen.

Top van de pagina

Fundamentalisme

Het woord is terug te voeren op een fundament, een basis of een grondslag. In verband met religie of levensbeschouwing wordt het gebruikt voor het zoeken naar of beleven van de grondslag of de basis van een religie of levensbeschouwing. Zolang een fundamentalist zijn normen en waarden op zichzelf toepast en tolerant is tegenover mensen met andere ideeën is er niets aan de hand. Wanneer hij zijn normen en waarden, al dan niet met geweld,  aan anderen wil opleggen wordt hij een extremist en is er geen enkele mogelijkheid meer tot compromis.

Top van de pagina

Gelijkheid

Het is een algemeen principe in onze maatschappij dat iedere burger het recht heeft op een gelijke behandeling en gelijke rechten in gelijke gevallen. Dit recht werd vastgelegd in allerlei internationale verdragen en in de grondwet. Het gelijkheidsbeginsel is een westers begrip en heeft zijn wortels in het humanisme en de verlichting. Bij de Franse revolutie was het gelijkheidsbeginsel voor het eerst het uitgangspunt bij de staatsinrichting.

Gelijke kansen

Prioriteit geven aan gelijke kansen betekent dat we stereotypen en vooroordelen moeten bestrijden ten voordele van respect, verdraagzaamheid en gelijke behandeling. Dit betekent niet dat iedereen hetzelfde is of moet zijn, maar dat iedereen gelijkwaardig is.  Iedereen moet dus ook dezelfde kansen krijgen. Gelijke kansen is ook een beleidskeuze. Naargelang de sector en het toepassingsgebied kan het gelijkekansenbeleid een breed gamma aan instrumenten inzetten. Binnen bepaalde maatschappelijke sectoren, zoals overheidsdiensten, zal een beleid bestaan in het creëren van een schepenambt voor gelijke kansen, maatregelen om de toegankelijkheid van informatie en gebouwen te verbeteren, campagnes om verdraagzaamheid te bevorderen, enz.

Top van de pagina

Huis van het Nederlands

Instelling waar volwassen anderstaligen informatie krijgen over het aanbod aan cursussen Nederlands in hun gemeente of regio. De Huizen van het Nederlands testen het taalniveau van de cursisten. Ze houden een overzicht van vraag en aanbod van Nederlandse taallessen. Ze onderzoeken wachtlijsten, doorstroming en redenen van uitval. Ze zorgen voor afstemming tussen de verschillende centra die lessen aanbieden.

Top van de pagina

Illegaal verblijf

Een persoon verblijft illegaal in België wanneer hij niet gemachtigd of toegelaten wordt om er te verblijven, hetzij in het kader van kortverblijf (3 maanden maximum) hetzij in het kader van een lang verblijf (langer dan 3 maanden) hetzij om er zich te vestigen. Met andere woorden mag de persoon zich op geen enkele manier in België bevinden. Is dit toch het geval, dan kan een administratieve maatregel tot verwijdering van het grondgebied en een strafrechtelijke veroordeling voor illegaal verblijf volgen.

Illegaal

Iemand die illegaal in ons land verblijft.

Inburgering

Aan nieuwkomers die via legale immigratie ons land binnenkomen wil de Vlaamse overheid in de eerste periode van hun verblijf een aangepast onthaal geven. De Vlaamse overheid ziet inburgering als een proces van rechten en plichten. De overheid heeft de plicht om de nieuwkomer een kwaliteitsvol inburgeringstraject aan te bieden. De nieuwkomer heeft op zijn beurt de plicht om actief aan het traject deel te nemen. Het inburgeringsdecreet definieert inburgering als volgt: ‘een interactief proces waarbij de overheid aan vreemdelingen een specifiek programma aanbiedt, dat hen enerzijds de mogelijkheid biedt om zich eigen te maken met de nieuwe sociale omgeving en anderzijds ertoe bijdraagt dat de samenleving de personen van de doelgroep als volwaardige burgers gaat erkennen, met als doel een volwaardige participatie van die personen in de samenleving’

Inclusief beleid

Deze term wordt op twee manieren gebruikt
Enerzijds betekent inclusie het actief inschakelen in de samenleving van sociaal achtergestelde groepen zonder een beroep te moeten doen op afzonderlijke structuren (zoals in een categoriaal beleid). Inclusie wordt gebruikt in het discours rond allochtonen, kansarmen en personen met een handicap. De verantwoordelijkheid tot 'aanpassing' ligt niet bij een sociaal achtergestelde groep. Het is eerder de maatschappij die zich aanpast en diversiteit als een meerwaarde ziet.
Hindernissen voor sociale participatie in de maatschappij zouden (letterlijk en figuurlijk) verwijderd moeten worden, zodat iedereen naar best vermogen kan deelnemen aan het maatschappelijke leven. Inclusie moet waar het kan, een categoriale aanpak kan indien nodig. De doelstelling is personen met een sociale achterstelling de mogelijkheden geven voor participatie aan alle segmenten van de maatschappij.
Deze term wordt anderzijds ook gebruikt om aan de geven dat een beleid in alle domeinen rekening moet houden met bepaalde doelgroepen. Het beleid tegenover een bepaalde doelgroep is dan ingebed in alle diensten en voorzieningen. Met andere woorden: als men maatregelen of initiatieven neemt, in om het even welk beleidsdomein, houdt ze rekening met mensen die tot een bepaalde doelgroep behoren.

Integratie

Integratie is een term waarover veel onduidelijkheid en onenigheid bestaat. Voor de een houdt integratie in het zich houden aan de wet, de ander vindt het hebben van passend werk cruciaal, een derde vindt dat ‘echte’ integratie pas een feit is als er vermenging heeft plaatsgevonden tussen de verschillende culturen in de samenleving. Dat hierover verwarring heerst, is illustratief voor het gebrek aan overeenstemming.
Het Decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden wordt integratie omschreven als het proces dat leidt tot een volwaardige en evenredige participatie van allochtonen, vluchtelingen en woonwagenbewoners aan het maatschappelijk leven.

Integratiecentrum

Een op basis van het minderhedendecreet door de Vlaamse regering erkend en gesubsidieerd provinciaal of grootstedelijk centrum dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het integratiebeleid. Er zijn acht integratiecentra in Vlaanderen, één in elke Vlaamse provincie, één in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en telkens één in de steden Antwerpen en Gent.
Een integratiecentrum heeft vier kernopdrachten:

  • sociale cohesie bevorderen, beeldvorming verbeteren
  • toegankelijkheid van voorzieningen verhogen
  • lokaal en provinciaal beleid ondersteunen
  • emancipatie en participatie van etnisch-culturele minderheden versterken

Integratiedienst

Een gemeentelijke dienst, erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse regering ter ondersteuning van het minderhedenbeleid op gemeentelijk vlak.

Interculturaliseren

Hierbij gaat het om een interactief leerproces om te leren omgaan met diversiteit.  Hierbij staan ontmoeting en dialoog van mensen met verschillende culturele achtergronden centraal, vertrekkend vanuit het respect voor de eigenheid en het besef van de gelaagdheid en dynamiek van culturen.

  • Het is geen inhoud maar een houding
  • Het is niet ‘spreken over’ maar ‘spreken met’
  • Het impliceert een nuchtere kijk op de nationale geschiedenis waarbij duidelijk wordt dat ook onze eigen cultuur in grote mate intercultureel is.
  • Het is meer een kwestie van kwaliteit dan van kwantiteit

Meer operationeel verstaan we hieronder ‘een voortdurend beleidsproces om de organisatiestructuur, het personeel en de aangeboden diensten af te stemmen op de etnisch-cultureel diverse samenleving’. Velen zullen andere woorden (blijven) gebruiken: diversiteit, culturele diversiteit, etnisch-culturele diversiteit, multiculturaliteit, interculturaliteit… Elk woord heeft zijn specifieke connotaties, zijn pro's en contra's.

Top van de pagina

Jobkanaal

Een initiatief van Voka, Unizo en Verso, met de steun van de Vlaamse overheid, streeft naar het verhogen van diversiteit in de social profit . Jobkanaal is een advies- en wervingskanaal om volledig gratis en op een efficiënte wijze geschikte en gescreende kandidaten te vinden voor vacatures. De competenties van allochtonen, vijftigplussers en personen met een arbeidshandicap kunnen perfect overeenstemmen met het gezochte functieprofiel. Dankzij het brede netwerk van arbeidsbemiddelaars (meer dan 500 organisaties, inclusief de VDAB met een bijzonder engagement) waarover Jobkanaal beschikt, kan men als werkgever de wervingskanalen verbreden. Daarnaast ondersteunt Jobkanaal  de werkgevers bij het opstellen van een goed functieprofiel.

Top van de pagina

Kansengroepen

Deze term wordt vooral in Vlaanderen gebruikt.  Het gaat over alle groepen van de bevolking op actieve leeftijd die niet op een evenredige wijze vertegenwoordigd zijn in de verschillende segmenten van de samenleving. In zijn meer algemene betekenis verstaat men onder kansengroepen alle groepen die minder kansen hebben of krijgen, die gediscrimineerd worden, die positieve actie kunnen gebruiken. In het beleid besteed men extra aandacht aan deze groepen.

Top van de pagina

Lokaal minderhedenbeleid

Minderhedenbeleid van een gemeente of stad. Het lokale bestuur houdt rekening met de diversiteit onder de bevolking. Het lokale minderhedenbeleid is een inclusief beleid. Het is dus ingebed in alle diensten en voorzieningen van de gemeente.
Doelstellingen van het lokale minderhedenbeleid zijn:
- De sociale samenhang verbeteren
- Voorzieningen en diensten interculturaliseren
- De inspraak en participatie van elke burger verhogen
- Het maatschappelijk draagvlak voor diversiteit in de samenleving verhogen

Top van de pagina

Marginalisering

In het kader van de integratie van allochtonen betekent marginalisering dat een groep zich niet meer herkent in de eigen cultuur, noch in de cultuur van het gastland. Deze ontwortelde mensen hebben geen enkele houvast meer en zijn op zoek naar een identiteit van waaruit ze hun leven opnieuw vorm kunnen geven. In brede zin betekent marginalisering dat bepaalde groepen uitgesloten worden van deelname aan maatschappelijke processen. Zij belanden dan letterlijk in de marge van de samenleving. Marginalisering heeft ook als kenmerk dat mensen op verschillende terreinen tegelijk (onderwijs, huisvesting, tewerkstelling,…) uitgesloten worden.

Mensenrechten

Op 10 december 1948 werden de mensenrechten voor het eerst vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). Deze verklaring omvat de elementaire voorwaarden voor een menswaardig bestaan (zoals het recht op onderwijs en gelijke behandeling) en tracht mensen te beschermen tegen machtsmisbruik. De UVRM is geen verdrag maar een beginselverklaring, ze heeft dus geen bindend karakter. Het handhaven en bevorderen van mensenrechten is in de eerste plaats een taak van de nationale overheden. Zij moeten de mensenrechten toepassen in hun eigen land. Het grootste twistpunt van deze Universele Verklaring is de universaliteit van deze verklaring. Voor sommige staten in voornamelijk Zuid-Oost Azië, Afrika en het Midden-Oosten drukken de grondrechten in de UV veel te westerse opvattingen uit.

Migratie

Iedereen die naar een ander land of streek verhuist met de bedoeling zich daar voor een lange tijd te vestigen is een migrant. Migratie is dus het tijdelijk of permanent veranderen van woonplaats (meestal grensoverschrijdend) met de verandering van de sociale, culturele, economische en/of politiek omgeving tot gevolg. Migratie is van alle tijden, maar met de toename van de mogelijkheden zoals mobiliteit en communicatie neemt de migratie nog toe.

Minderhedenbeleid

Het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden. De grondslagen ervan zijn vastgelegd in het Decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden, het minderhedendecreet.

Minderhedenforum

De organisatie die fungeert als spreekbuis voor etnisch-culturele minderheden. Ze is door de Vlaamse regering als gesprekspartner erkend. Het Minderhedenforum overkoepelt verschillende organisaties van etnisch-culturele minderheden.

Multicultureel

Wijst op een demografische werkelijkheid waarbij mensen met verschillende culturele achtergronden in de samenleving aanwezig zijn. De verschillende culturen leven naast elkaar en er is weinig of geen interactie. In het dagelijkse taalgebruik wordt de term multicultureel ook vaak gebruikt wanneer men intercultureel bedoelt.

Top van de pagina

Naturalisatie

Nationaliteit wordt gelijkgesteld met de registratie in een officieel document zoals een paspoort. Iemand kan meerdere nationaliteiten hebben, bijvoorbeeld de Belgische en de Marokkaanse. Naturalisatie is het verkrijgen van de nationaliteit van het land waar men woont, wanneer men er niet geboren is en dus de nationaliteit nog niet heeft. Aan het verkrijgen van de Belgische nationaliteit zijn een aantal voorwaarden verbonden:

  • Men moet minstens achttien jaar oud zijn
  • Men moet minstens drie jaar zijn hoofdverblijfplaats in België hebben. Voor politieke vluchtelingen volstaat twee jaar. Verblijf in het buitenland kan met verblijf in België worden gelijkgesteld als men kan bewijzen gedurende bepaalde periodes een werkelijke band met België te hebben gehad.

Nieuwkomers

Een nieuwkomer is een persoon die zich voor het eerst en récent (minder dan een jaar geleden) in een Vlaamse of Brusselse gemeente ingeschreven heeft en daardoor behoort tot de doelgroep van het inburgeringsbeleid:

  • ontvankelijk verklaarde asielzoekers
  • erkende vluchtelingen
  • gezinsvormers of gezinsherenigers
  • geregulariseerden
  • slachtoffers van mensenhandel ingeschreven in het Rijksregister
  • personen met een machtiging tot verblijf in het kader van een duurzame relatie
  • onderdanen van de Europese Economische Ruimte
  • bepaalde categorieën arbeidsmigranten

Deze nieuwkomers met een perspectief op langdurig verblijf in België, hebben recht op een inburgeringstraject. Voor veel nieuwkomers is het volgen van zo een traject zelfs verplicht.

Top van de pagina

Ondervertegenwoordiging

Men spreekt van ondervertegenwoordiging wanneer bepaalde groepen mensen in bepaalde delen van het maatschappelijke leven (onderwijs, arbeidsmarkt, jeugdwerk,…) in verhouding minder voorkomen dan hun aandeel in de bevolking. Allochtonen bijvoorbeeld maken ongeveer 10% uit van de Vlaamse bevolking maar zij participeren in verhouding minder in het jeugdwerk. Zij zijn dus ondervertegenwoordigd in het jeugdwerk.

Onthaalbureau

Dienst voor nieuwkomers. Een onthaalbureau heeft als opdracht: het regisseren en begeleiden van het inburgeringstraject van de nieuwkomer in het kader van het inburgeringsbeleid. Het onthaalbureau geeft ook de cursus maatschappelijke oriëntatie waarin nieuwkomers leren over het reilen en zeilen van onze samenleving. Onthaalbureaus zijn door de Vlaamse regering erkend en gesubsidieerd.

Top van de pagina

Participatie

Participatie kan men vertalen als ‘meedoen’. Participeren aan de maatschappij is een belangrijke doelstelling in het integratiebeleid. Om mee te kunnen doen moeten zowel de maatschappij als zij die willen participeren inspanningen doen. In het Vlaams Actieplan van en voor Cultuur, Jeugdwerk en Sport wordt participatie omschreven het ‘deelnemen’ én ‘deelhebben’. Deelhebben betekent mee kunnen en willen beslissen en verantwoordelijkheid opnemen, bijvoorbeeld als lid van een raad van bestuur, personeelslid, vrijwilliger, trainer, kunstenaar, sporter, jeugdwerker, enz. Deelnemen is ‘je deel nemen’ bijvoorbeeld als publiek, lid van een vereniging of gebruiker van een dienst. Tussen deze twee soorten participatie bestaan heel wat tussenvormen.

Positieve discriminatie

Positieve discriminatie is een principe dat een bepaalde achtergestelde of gediscrimineerde doelgroep een voorkeursbehandeling wil bieden die afwijkt van het gelijkheidsprincipe. Het doel van deze behandeling is het wegwerken van de ongelijkheid die de doelgroep ondergaat door bepaalde voorkeur toe te kennen (bijvoorbeeld verlaging van bepaalde vereisten) om de achterstelling van de groep weg te werken om op termijn terug een gelijke participatie van de doelgroep te bekomen. Deze maatregelen zijn steeds beperkt in de tijd en moeten opgeheven worden wanneer het gelijkheidsniveau wordt bereikt. Enkele negatieve neveneffecten van dit principe zijn : het versterken van het gevoel van discriminatie, het scheppen van een nieuwe discriminatie, een verhoogde weerstand tegen de groep, de onderwaardering van de bijdrage van personen uit de doelgroep …

Positieve actie

Initiatieven die, hetzij vrijwillig, hetzij onder dwang van de wet, genomen worden om het aantal leden of de status van de leden van een bepaalde groep, meestal gedefinieerd op basis van ras of geslacht, binnen een grotere groep, te verhogen, te handhaven of te herschikken. Positieve acties zijn een middel om achterstanden weg te werken, het moet feitelijke gelijke kansen realiseren. Het werkt aanvullend op een juridische gelijkschakeling. Via juridische weg wordt men gelijk, de positieve actie is een manier om die wettelijke gelijkheid te realiseren. Voorwaarden voor positieve actie zijn: de aanwezigheid van kennelijke ongelijkheid; de doelstelling van de actie is het verdwijnen van de ongelijkheid; de maatregel moet van tijdelijke aard zijn; de maatregel verdwijnt zodra het doel bereikt is en de maatregel mag niet onnodig andermans recht beperken.

Top van de pagina

Quota

Quota zijn het aandeel van bepaalde groepen in een bepaalde sector van de samenleving, die door de overheid worden vastgelegd. Zij hebben een verplichtend karakter en kunnen door sanctionering afgedwongen worden. Quota zijn met andere woorden een manier voor de overheid om op een directe en dwingende manier in te grijpen in het maatschappelijke leven, met het oog op de verbetering van de positie van bepaalde groepen. Het systeem van quota kent voor- en tegenstanders. Critici geven aan dat quota ook een negatief effect kunnen hebben voor personen die behoren tot doelgroepen. Ze kunnen (nog meer) gestigmatiseerd worden omdat de indruk kan ontstaan dat zij zonder quota niet kunnen deelnemen. Binnen de doelgroepen kan er ook verdringing ontstaan tussen zwakkere en sterkere personen.
Voorstanders geven aan dat in die landen waar het quota systeem strikt werd toegepast er op termijn wel degelijk een effect ontstond naar de aanwezigheid van bepaalde groepen, en dat dit effect ook waarneembaar was in sectoren die niet onder de quota regeling vielen.

Top van de pagina

Racisme

Vroeger werd gewezen op biologische verschillen om het ene ‘ras’ boven het andere te plaatsen. Rassen mochten in dat opzicht niet vermengd worden. Er bestaat echter geen enkel wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van verschillende ‘rassen’. De moderne racisten maken het onderscheid op basis van cultuur. Zij vinden dat de eigen cultuur boven die van de andere staat en dat culturen in geen geval mogen vermengd worden.

Ras

Het idee dat rassen bestaan, de rassenleer, is ontstaan in de achttiende eeuw, in navolging van de bioloog Linnaeus, die een indeling voor planten en dieren maakte. Men dacht dat men op basis van uiterlijke kenmerken ook mensen kon indelen in rassen. Ondertussen heeft de biologie aangetoond dat er maar één menselijke soort of 'ras' is. We vermijden het gebruik de term 'Ras' dus beter. Er bestaat immers overeenstemming tussen biologen en sociale wetenschappers dat er geen meetbare karakteristieken onder de menselijke populatie bestaan die de classificatie in 'rassen' toelaat.

Top van de pagina

Segregatie

We spreken van segregatie wanneer een persoon of groep weinig waarde hecht aan contact met leden van de andere groep en het wel belangrijk vindt de eigen cultuur te behouden. Gesegregeerde groepen houden zich aan hun eigen cultuur, opvattingen en visies. Contact met mensen van de eigen groep is belangrijk en de groepen zijn gesloten. Bij segregatie gaat het om gesloten culturele segmenten met eigen culturele en maatschappelijke instituties. Segregatie betekent dat een groep op één of meerdere terreinen van de samenleving apart staat van de rest van de samenleving. Segregatie wordt vaak tegenover integratie geplaatst.

Sociale cohesie

Sociale cohesie is dat wat de samenleving samenhoudt. Er is samenhang wanneer mensen sociale relaties hebben, interactie aangaan.  Mensen ontmoeten elkaar, communiceren, vormen netwerken, enz.
Sociale cohesie of sociale samenhang is:

  • De betrokkenheid van mensen op elkaar (microniveau): Ken ik mijn buren? Hoe en waar kunnen we elkaar ontmoeten? Is er vertrouwen? Voelen we ons veilig in onze buurt? Voelen we ons verbonden?
  • De betrokkenheid van mensen op maatschappelijke organisaties (mesoniveau): Kunnen we ons organiseren en ideeën uitwisselen? Laten we onze stem horen in verenigingen? Hebben we toegang tot maatschappelijke instellingen?
  • De betrokkenheid van mensen op de samenleving als geheel (macroniveau): Delen we een toekomstdroom? Is er dialoog mogelijk over de normen en waarden die onze maatschappij vorm geven? Wordt onze eigenheid erkend? Voelen we ons mee verantwoordelijk voor een harmonieus samenleven? Is dit ook onze samenleving?

Top van de pagina

Toegankelijkheid

Zonder drempels (figuurlijk) gebruik kunnen maken van een aanbod, bijv. hulp- of dienstverlening.
Een goed toegankelijk aanbod voldoet aan een vijf voorwaarden, de ‘vijf B’s’ :

  • Bereikbaarheid van de hulp- en dienstverlening: bv. een evenwichtige spreiding en een goede lokalisering van de hulp- en dienstverlening.
  • Beschikbaarheid van de hulp- en dienstverlening: bv. spreekuren op nuttige tijdstippen, opbouwen van een meer continue relatie met de doelgroep.
  • Betaalbaarheid van de hulp- en dienstverlening: gratis of betaalbare prijzen.
  • Bruikbaarheid van de hulp- en dienstverlening: enerzijds doorgedreven specialisatie in bepaalde inhouden, anderzijds het ontwikkelen van speciale methodieken voor deze doelgroep.
  • Begrijpbaarheid van de hulp- en dienstverlening: bv. verstaanbaar taalgebruik, contacttaal die goed gehanteerd wordt door cliënt en hulpverlener, werken met tolk, intercultureel bemiddelaar of cultuurcoach.

Top van de pagina

Uitsluiting

Uitsluiting is een actief proces waarbij een persoon of een groep door anderen wordt uitgesloten van deelname aan activiteiten. De termen uitsluiting, marginalisering, segregatie, integratie en participatie geven aan op welke wijze groepen zich in de samenleving tot elkaar verhouden.

Top van de pagina

Vlaams Minderhedencentrum

Door de Vlaamse regering erkend ondersteuningscentrum voor de minderhedensector. Het Vlaams Minderhedencentrum ontwikkelt en verspreidt expertise over het omgaan met etnisch-culturele diversiteit.
Website: http://www.vmc.be/

Vluchteling

Volgens de definitie van het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties uit 1951, is een vluchteling iemand die is zijn thuisland het gevaar loopt vervolgt te worden vanwege zijn ras, godsdienst of politieke overtuiging, of omdat hij tot een bepaalde sociale groep behoort of een bepaalde nationaliteit heeft. De landen het VN-Vluchtelingenverdrag ondertekend hebben, meer dan honderd intussen, hebben zich ertoe verplicht vluchtelingen te beschermen. Een vluchteling kan in een ander land asiel aanvragen. Hij wordt dan een asielzoeker (zie asielzoeker).

Vreemdeling

Elke persoon die niet de Belgische nationaliteit bezit is een vreemdeling. Vanwege de negatieve bijklank van het woord wordt het vandaag nog weinig gebruikt. Wanneer men over vreemdelingen spreekt, gebruikt men de term allochtoon (zie allochtoon).

Top van de pagina

Xenofobie

Xenofobie is de angst en de afkeer van alles wat ‘vreemd’ is. Xenofoben hebben een afkeer van alles wat niet binnen hun eigen normen en waarden kader valt.

Top van de pagina

Zelforganisatie

Vereniging of organisatie van etnisch-culturele minderheden. Deze term is verouderd. Tegenwoordig spreekt men van verenigingen van allochtonen of van etnisch-culturele minderheden.

 

 

Bronnen:

  • Woordenboek “wat bedoelen we eigenlijk” termen en begrippen in de Nederlandse taal over de multiculturele samenleving, 2005, Rotterdam: Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie
  • Snelwegen of Wegblokkades: woordgebruik in het Migrantendebat, 1999, Gent: Provinciaal centrum voor interculturele vorming